De kansen en uitdagingen van regionalisering

Van decentraal naar centraal en vice versa. Net als hoog- en laagconjunctuur een terugkerend proces, zo lijkt het. Momenteel zitten we, ook in de verenigingswereld, in de fase van centraal naar meer en meer decentraal.

De overheid verschuift naar gemeentes en naar de regio. Het is niet onlogisch om die ontwikkeling ook te zien bij verenigingen. Het centrale bureau verdwijnt. De regio neemt het over met lokale thema’s, lokale belangenbehartiging, eigen besturen en een eigen budget. Alleen enkele backoffice functies zullen, vrijwel volledig geautomatiseerd, blijven bestaan.

Regionaal zichtbaar en proactief aanwezig zijn, dat is vandaag de dag belangrijk voor verenigingen om goed op- en aan te pakken. Hoe dat je dat? Waar begin je of bouw je op verder?

Een aanpak vanuit de vereniging is het (op)bouwen van lokale netwerken. Dat klinkt heel logisch en als een open deur, maar gebeurt binnen de verenigingswereld verrassend genoeg nog te weinig. Het vraagt namelijk in het begin veel van de huidige werkorganisatie van de vereniging. In het begin zul je als vereniging de aanzet moeten geven voor lokale netwerken en deze van A tot Z moeten organiseren. En dan volhouden, het een aantal keren doen en blijven doen! Daarna komt de fase dat leden het vaak graag over gaan nemen, zowel de verantwoordelijkheid als het eigenaarschap. En dan kun je als vereniging de rol aannemen van facilitator. Ook een belangrijke blijvende rol en vaak beter passend bij de verdeling tussen verenigingen en haar leden alsook de tijd die medewerkers hierin kunnen steken in combinatie met hun huidige werkzaamheden. En de leden zullen een belangrijke hands-on ambassadeursrol gaan oppakken.

Termen die vaak voorbijkomen bij lokale netwerken zijn; we zijn een netwerkvereniging, het zijn onze ambassadeurs, wandelgroepen, wijk-/lokale teams, dorpsgroep, etc.

Ook is het bij regionalisering belangrijk om bestaande regionale groepen en initiatieven aan elkaar te koppelen. Wie zijn dit, wie doet dit, wie pakt dit op, wie verbindt wie. Een bewuste sturende en proactieve rol hierbij vanuit de vereniging, door medewerkers, leden en bestuursleden is essentieel. Het kost tijd en inzet in het begin, maar de middellange en lange termijn opbrengsten, voordelen, zichtbaarheid en toegevoegde waarde zijn onbetaalbaar.